woensdag 3 januari 2024

Wanneer de geest en het hart vrede sluiten

 

[Oorspronkelijk verschenen op 11 augustus 2022 op kwestievansamen.be]

‘I think the big crisis of our time is that our minds are being manipulated to give power to illusions.’ (Vandana Shiva)

Op mijn vorige stukje, over het spanningsveld tussen ‘thuiskomers’ en ‘mensen van de vlucht vooruit’, gebaseerd op het boek Small is Beautiful dat E.F. Schumacher in de vroege jaren 1970 publiceerde, ontving ik verschillende reacties, zowel mondeling als geschreven. Sommige daarvan waren positief en bevestigend, andere (uitgesproken) kritisch. Ik ben dankbaar voor alle reacties en zal er later op terugkomen. Eerst wil ik nog enkele aanvullingen toevoegen die, net zoals het vorige deel, voortbouwen op Schumachers bijzondere boek van een halve eeuw geleden.

Dit tweede deel is geïnspireerd op het zesde hoofdstuk, The Greatest Resource: Education, waarin Schumacher pleit voor een op waarden en wijsheid gericht ‘humanistisch’ onderwijs[1], dat ons leert omgaan met de échte problemen van het leven (door Schumacher mooi samengevat als: het leren verzoenen van onverzoenbare tegenstellingen). Een belangrijke stap daarbij is de bewustwording dat onze opvatting van verschillende ‘wetenschappelijke grondwaarheden’ fundamenteel verkeerd is.

Wij westerse mensen van de moderne tijd zijn, aldus Schumacher, in de ban van een aantal 19e-eeuwse ideeën, ‘die onze geest vullen, maar waarin ons hart niet werkelijk gelooft’. Schumacher: onze geest en ons hart zijn in oorlog met elkaar en niet, zoals vaak beweerd wordt, ons verstand en ons geloof. Ons verstand is beneveld door een onredelijk geloof in een aantal fantastische en levensbedreigende ideeën die we uit de negentiende eeuw overerfden. De grootste opdracht van ons verstand, aldus nog Schumacher, bestaat erin een waarachtiger geloof te vinden.

“We have become confused as to what our convictions really are. The great ideas of the nineteenth century may fill our minds in one way or another, but our hearts do not believe in them all the same. Mind and hearts are at war with one another, not, as is commonly asserted, reason and faith. Our reason has become beclouded by an extraordinary, blind and unreasonable faith in a set of fantastic and life-destroying ideas inherited from the nineteenth century. It is the foremost task or our reason to recover a truer faith than that.”
(Schumacher in Small is Beautiful, p. 72)

Wat mogen die negentiende-eeuwse waanideeën dan wel zijn? Schumacher geeft aan dat hij ze niet allemaal kan behandelen en beperkt zich tot zes toonaangevende ideeën, alle uit de 19e eeuw, die vandaag (dus anno 1972) de geesten van ’ontwikkelde’ mensen volledig beheersen:

  1. Het idee van evolutie: hogere vormen ontstaan continu uit lagere vormen, als een soort natuurlijk en automatisch proces.
  2. Het idee van concurrentie, natuurlijke selectie en het overleven van de best aangepaste (‘survival of the fittest’), waarvan beweerd wordt dat het de natuurlijke en automatische processen van evolutie en ontwikkeling verklaart.
  3. Het idee dat alle hogere uitingen van menselijk leven, zoals religie, filosofie, kunst, enzovoort – wat Marx ‘de fantasmagorieën in het brein van de mens’ noemde – niets anders zijn dan ‘noodzakelijke aanvullingen bij het materiële levensproces’, met andere woorden een superstructuur die is opgericht om economische belangen te camoufleren en te behartigen, aangezien de hele menselijke geschiedenis de geschiedenis van de klassenstrijd is.
  4. Als concurrent, zo lijkt het wel, van de Marxistische interpretatie van alle hogere uitingen van menselijk leven is er de Freudiaanse interpretatie, die deze uitingen reduceert tot de duistere roerselen van een onderbewuste geest en die ze verklaart als zijnde vooral een uiting van onvervulde incestverlangens tijdens de kindertijd en de vroege adolescentie.
  5. Het algemene idee van relativisme, dat alle absolute waarheden ontkent en alle normen en standaarden doet vervagen. Als gevolg daarvan is het idee dat we via pragmatisme tot waarheid kunnen komen, volledig ondermijnd geraakt[2].
  6. Ten slotte het triomferende idee van het positivisme, namelijk dat geldige kennis uitsluitend bereikt kan worden via de methoden van de natuurwetenschappen en dat kennis bijgevolg pas waarachtig is wanneer ze steunt op waarneembare feiten. Positivisme, met andere woorden, is alleen geïnteresseerd in ‘know-how’ en ontkent de mogelijkheid van objectieve kennis over zin (meaning) en doel (purpose) van welke aard ook.

Al deze ideeën, vervolgt Schumacher, bevatten belangrijke elementen van waarheid: anders hadden ze zich nooit zo vast in de geesten kunnen verankeren. Maar hun essentiële kenmerk is hun aanspraak op universalisme (‘claim of universality’), terwijl ze, bij nadere beschouwing, alle zonder uitzondering metafysisch en niet empirisch zijn.[3] Het zijn filosofische constructen, vaak gebaseerd op beeldspraak en op onnauwkeurig afgebakende begrippen. Niet zelden hebben hun grondleggers, de munters van de beeldspraak en de begrippen, gewaarschuwd voor onterechte veralgemeningen of verabsolutering van hun theorieën. Tevergeefs, zo is gebleken.

(Tussen haakjes: Vandaag, 50 jaar na Schumacher en 30 jaar na de val van het communisme, kunnen we nummer 3 misschien beter vervangen door dat andere – weliswaar 18e-eeuwse – idee dat de voorbije decennia de westerse geesten en de westerse politiek zo goed als volledig inpalmde, namelijk de voorstelling dat de economische ‘markten’, als men ze maar laat begaan (‘laissez faire’), dankzij een ‘onzichtbare hand’ altijd een optimaal evenwicht zullen vinden. Deze ‘onzichtbare hand’ zou ervoor zorgen dat als alle economische spelers hun individuele eigenbelang nastreven, er vanzelf een welzijnsverbetering voor allen, in de vorm van meer materiële rijkdom voor allen ontstaat. Ook al weten economen al decennialang dat Smiths ‘onzichtbare hand’ een waanvoorstelling is, of op z’n minst uiterst onvolledig als grondslag van economisch beleid, toch is het westers economisch beleid, en bijgevolg ook de internationale politiek, de voorbije 50 jaar slaafs onderworpen geweest aan de mythe van de ‘onzichtbare hand’ en het laissez-faire-kapitalisme dat op Smiths beeldspraak geïnspireerd is. Einde van de parenthese.)

Al deze negentiende-eeuwse ideeën steunen op reusachtige sprongen van de verbeelding in het onbekende en het onkenbare. En toch zijn ze voor veel westerlingen de grondslag van hun wereldbeeld en van hun handelen geworden, in zulke mate dat ze zelfs het politieke, economische, sociale beleid bepalen en dat ze in het onderwijs en de academische vorming de status van onaantastbare mythen verworven hebben.

Voor Schumacher heeft het onderwijs (education) een doorslaggevende rol bij het verankeren van deze metafysische ideeën in de geesten. Dat gaat zo ver dat wat wij ‘denken’ noemen, niet veel meer is dan het toepassen van voorgekauwde ideeën op bepaalde situaties of feiten. We denken met of door ideeën.

“I say, therefore, that we think with or through ideas and that what we call thinking is generally the application of pre-existing ideas to a given situation or set of facts.”
(ibid., p. 64)

Schumacher pleit dan ook voor een radicale omslag in opvoeding en onderwijs. We gebruiken onze wetenschappelijke en technische kennis en know-how destructief en zonder wijsheid. Onderwijs moet zich in de eerste plaats richten op het voortbrengen van meer wijsheid. En meer wijsheid bereiken we niet door nog meer aandacht te schenken aan natuurwetenschappen, want de wetenschap kan ons niet leren hoe we moeten leven:

“The task of education would be, first and foremost, the transmission of ideas of value, of what to do with our lives. There is no doubt also the need to transmit know-how but this must take up second place, for it is obviously somewhat foolhardy to put great powers into the hands of people without making sure that they have a reasonable idea of what to do with them.”
(ibid. p. 62)

“Science cannot produce ideas by which we could live. Even the greatest ideas of science are nothing more than working hypotheses, useful for purposes of special research but completely inapplicable to the conduct of our lives or the interpretation of the world.”
(ibid. p. 67)

“Education cannot help us as long as it accords no place to metaphysics. Whether the subjects taught are subjects of science or of the humanities, if the teaching does not lead to a clarification of metaphysics, that is to say, of our fundamental convictions, it cannot educate a man and, consequently, cannot be of real value to society.”
(ibid. p. 72)

In de documentaire Planet of the Humans van Michael Moore en Jeff Gibbs zegt één van de grote strijdsters van onze tijd, Vandana Shiva: ‘Ik denk dat de grote crisis van onze tijd is dat onze geesten gemanipuleerd worden om macht te geven aan illusies.’ De hierboven vermelde illusies zijn lang niet de enige die onze geesten ingepalmd hebben.

Ik ben het met Schumacher eens dat we ons bewust moeten worden van de illusies, de mythen, de dogma’s waarop we ons dagelijks handelen, ons wereldbeeld en zelfs ons denken baseren. Al was het maar om in te zien in welke enorme mate de meeste van deze ideeën doordrongen zijn van de noties strijd en conflict. Darwinisme als strijd om te overleven. Marxisme als (klassen)strijd. Psychoanalyse als (verdrongen) strijd en conflict. Vrijemarktdenken en liberalisme als strijd, concurrentie, verovering (van marktaandeel), verheerlijking van egoïsme. Strijd en concurrentie zijn ook de basis van de representatieve democratie, van het onderwijs, van het buitenlands beleid van westerse landen. En op de koop toe vinden we dat de hele wereld onze fundamentele westerse ‘waarden’ moet overnemen.[4]

Onze geest en ons hart zijn in strijd met elkaar. Wordt het niet stilaan tijd dat ze vrede sluiten? Eén van de vredesvoorwaarden is – in mijn ogen althans – dat we de illusies die onze levens en onze samenleving aansturen, doorprikken en, om opnieuw met Schumacher te spreken, een waarachtiger geloof vinden.


[1] Gemakkelijkheidshalve vertaal ik ‘education’ hier door onderwijs, ook al is de Engelse term ‘education’ een verzamelwoord voor opvoeding, onderwijs én vorming. ‘Educatie’ vind ik een draak van een woord (zoiets waar meteen een controlerende instantie of een afvinklijst bij geleverd wordt). Voor deze tekst voldoet ‘onderwijs’ volgens mij, ook al schaadt het niet om het begrip, in de geest van Schumacher, zo breed mogelijk in te vullen.

[2] Dit heeft zelfs de wiskunde aangetast, aldus Schumacher, die een citaat van Russell aanhaalt dat wiskunde de discipline is ‘waarin we nooit weten waarover we praten en of wat we zeggen, waar is’ (p. 68).

[3] Schumacher: “Zo wordt de evolutieleer niet alleen uitgebreid tot sterrennevels en de ontwikkeling van homo sapiens, maar zelfs tot mentale fenomenen zoals religie of taal. Relativisme en positivisme zijn ‘zuiver metafysische doctrines’ die, ironisch genoeg, de geldigheid ontkennen van elke metafysica ‘en dus ook van zichzelf’.” Over Freud: “Freud beperkt zich niet tot het melden van een aantal klinische observaties maar biedt een universele theorie van de menselijke motivatie aan die onder meer beweert dat alle religie slechts een obsessieve neurose is.” (p. 69)

[4] Het inzicht over de sleutelrol die strijd en conflict in het westerse denken (en dus handelen) spelen, dank ik aan Fritjof Capra. Zie F. CAPRA, Het Keerpunt. Wetenschap, samenleving en de opkomst van de nieuwe cultuur, Uitgeverij Contact, Amsterdam, 1984 (vert. van The Turning Point, 1982). Capra verwijst in Het Keerpunt ook naar de ideeën van Schumacher.

Botsende levenshoudingen? Over vooruitlopers en thuiskomers

 

[Oorspronkelijk verschenen op kwestievansamen.be, op 29 juli 2022.]

Bijna een halve eeuw geleden beschreef economisch denker Ernst Schumacher (1911-1977) het ideologische conflict dat volgens hem bepalend zou worden voor onze toekomst. Aan de ene zijde staan, aldus Schumacher, mensen die denken dat we de drievoudige crisis van de moderne wereld kunnen oplossen met de gebruikelijke methodes, zij het in een doorgedreven vorm. Deze groep noemde hij ‘mensen van de (dolle) vlucht vooruit’. Aan de andere kant plaatst Schumacher mensen die op zoek zijn naar een nieuwe levensstijl, die willen terugkeren naar bepaalde basiswaarheden over de mens en zijn wereld. Deze groep noemde hij ‘thuiskomers’.

“I think we can already see the conflict of attitudes which will decide our future. On the one side, I see the people who think they can cope with our threefold crisis by the methods current, only more so; I call them the people of the forward stampede. On the other side, there a people in search of a new life-style, who seek to return to certain basic truths about man and his world; I call them the home-comers.”
(Small is Beautiful, p. 127-128)

Schumacher schreef dit in 1973, in zijn buitengewone boek ‘Small is Beautiful’, met de veelzeggende ondertitel ‘A Study of Economics as if People Mattered’ (‘Klein is mooi. Een studie van de economie waarbij mensen ertoe doen’)[1]. Dat werk is een krachtig en prachtig pleidooi voor een economie ten dienste van de mens[2]; voor kleinschaligheid, bescheidenheid, respect voor de natuur; voor lokale beslissingsstructuren en een op waarden en échte levensvragen gericht onderwijs; voor technologie met een menselijk gezicht, een passend gebruik van het land (de grond), een totale ommezwaai in de ontwikkelingshulp (gericht op dorpen, intermediaire technologie en productie door de massa in plaats van op steden, toptechnologie en massaproductie). Schumacher vond dat het economisch beleid in geen geval overgelaten mag worden aan economen, want die hebben niet geleerd om meta-economisch (ethisch, filosofisch) te denken of beschouwen meta-economie als iets wat buiten hun hun vakgebied valt.

Alvorens ik nader inga op de tegenstelling ‘vooruitlopers’ – ‘thuiskomers’ [3], wil ik toelichten wat Schumacher bedoelde met de ‘drievoudige crisis van de moderne wereld’:

  • De eerste crisis volgens Schumacher: de menselijke natuur komt in opstand tegen onmenselijke technologische, organisatorische en politieke patronen die ze als verstikkend en verzwakkend ervaart.
  • De tweede crisis volgens Schumacher: het levende milieu dat het menselijk leven draagt, lijdt en kreunt en vertoont tekenen van een gedeeltelijke instorting.
  • De derde crisis volgens Schumacher: de inbreuken die gemaakt worden op ’s werelds niet hernieuwbare hulpbronnen kunnen in de nabije toekomst leiden tot serieuze knelpunten en feitelijke uitputting.

“Suddenly, if not altogether surprisingly, the modern world, shaped by modern technology, finds itself involved in three crises simultaneously. First, human nature revolts against inhuman technological, organisational and political patterns, which it experiences as suffocating and debilitating; second, the living environment which supports human life aches and groans and gives signs of partial breakdown; and, third, it is clear to anyone fully knowledgeable in the subject matter that the inroads being made into the world’s non-renewable resources, particularly those of fossil fuels, are such that bottlenecks and virtual exhaustion loom ahead in the quite foreseeable future.”
(p. 121)

Ongetwijfeld sta ik niet alleen als ik besluit dat de drie crises die Schumacher in 1973 als de belangrijkste van zijn tijd zag er vandaag, vijftig jaar later, alleen maar acuter op zijn geworden.

Terug nu naar de beide groepen, de ‘aanhangers van de vlucht vooruit’ en de ‘thuiskomers’. In mijn beleving is de tegenstelling tussen deze twee denkwijzen vandaag nog steeds hét ideologische spanningsveld van onze tijd. Schumacher zelf was ervan overtuigd dat iedereen op de een of andere manier een kant zal moeten kiezen in dit grote conflict. Hoe zag Schumacher deze tegenpolen? Het mens- en wereldbeeld van beide groepen is fundamenteel verschillend:

Voor de ‘aanhangers van de vlucht vooruit’ betekent stilstaan de neergang. Hun devies: We moeten vooruit! Met de moderne technologie is er in hun ogen niets mis, behalve dat ze vooralsnog onvolledig is. Voor hen bestaan er geen onoplosbare problemen. ‘Meer, verder, sneller, rijker zijn de leuzen van de hedendaagse samenleving’: dit citaat stamt van Sicco Mansholt, de Nederlandse inspirator van de grote hervormingen van de Europese landbouw in de jaren 1960 en volgens Schumacher een typische vertegenwoordiger van de eerste groep. Moeilijk op te lossen problemen laten ‘de vooruitlopers’ bij voorkeur over aan experten. Mensen moeten aangezet worden om zich aan te passen, ‘want er is geen alternatief’[4].

Wat met de andere zijde? De ‘thuiskomers’ zijn overtuigd dat de technologische ontwikkeling de verkeerde richting uitgaat en gecorrigeerd moet worden[5]. Zij voelen aan dat we de basis van ons bestaan aan het vernielen zijn en dat we een nieuwe richting moeten kiezen, gebaseerd op de herinnering aan datgene wat er in een mensenleven echt toe doet[6]. Gewone mensen (‘ordinary people’) zijn beter dan specialisten en experten in staat om richting te geven aan de samenleving, omdat ze een bredere en meer ‘humanistische’ kijk op het leven hebben.

Dat de term ‘thuiskomers’ een religieuze connotatie in zich draagt, is volgens Schumacher geen toeval. Er is namelijk een stevige portie moed vereist om neen te zeggen tegen de modes en de obsessies van de eigen tijd, om de vooronderstellingen van een beschaving die voorbestemd lijkt om de hele wereld te veroveren, in vraag te stellen. Die moed, die kracht kan alleen voortkomen uit diepe overtuigingen.

De drievoudige crisis van de moderne wereld, schreef Schumacher een halve eeuw geleden, zal niet verdwijnen als we op de nu ingeslagen weg voortgaan. Ze zal erger worden en in een catastrofe uitmonden, totdat we of tenzij we een nieuwe manier van leven ontwikkelen die verenigbaar is met de behoeften van de menselijke natuur, met de gezondheid van de levende natuur en met de beschikbare hulpbronnen van de wereld.

“Now, it might be said that this is a romantic, a utopian, vision. True enough. What we have today, in modern industrial society, is not romantic and certainly not utopian, as we have it right here. But it is in very deep trouble and holds no promise of survival. We jolly well have to have the courage to dream if we want to survive and give our children a chance of survival. The threefold crisis of which I have spoken will not go away if we simply carry on as before. It will become worse and end in disaster, until or unless we develop a new life-style which is compatible with the real needs of human nature, with the health of living nature around us, and with the resource endowment of the world.”
(p. 126)

Inderdaad: we moeten jolly well de moed hebben om anders te durven denken als we de na ons komende generaties een leefbare wereld willen nalaten.

(Dit is het eerste uit een reeks stukken die geïnspireerd zijn op Schumachers Small is Beautiful. De reeks zal organisch aangroeien.)


[1] Small is Beautiful. A study of Economy as if People Mattered, Vintage, London, 2011 (1973). Volgens Times Literary Supplement behoort het tot de meest invloedrijke boeken sinds 1945. In de jaren 1970 verschenen bij Ambo twee (naar mijn gevoel nogal stroeve) Nederlandse vertalingen.

[2] Hoofdstuk 4 heeft bijvoorbeeld de intrigerende titel ‘Boeddhistische economie’.

[3] Voortaan zal ik de eerste groep ook met de kortere en iets neutralere term (van eigen makelij) ‘vooruitlopers’ aanduiden, naast Schumachers ‘aanhangers van de vlucht vooruit’.

[4] Voor Schumacher heeft het denken van deze groep iets diabolisch: “Any activity which fails to recognise a self-limiting principle is of the devil”.

[5] Niet voor niets draagt het hoofdstuk waarin Schumacher dit alles behandelt de titel ‘Technology with a Human Face’.

[6] ‘The reorientation is based on remembering what human life is really about.’

dinsdag 2 januari 2024

Een ander coronabeleid is dringend noodzakelijk

 

[Oorspronkelijk gepubliceerd op 5 april 2021, op kwestievansamen.be. Die blog heb ik intussen opgegeven omdat de provider (Versio) zijn prijzen verdrievoudigde.]

Een goeie vriend van me, iemand die ik doodgraag zie en die tot mijn grote vreugde het gesprek blijft zoeken ondanks onze meningsverschillen over de corona-aanpak, stelde me deze vraag naar aanleiding van een Facebook-post: “Vertel eens concreet aan uw vrienden en kennissen op uw Facebook pagina wat jij nu zou doen Geert. Dan kunnen we bekijken of we je boodschap mee kunnen uitdragen.”

Het is een variatie op het opstelthema ‘Wat zou jij doen als je eerste minister was?’. Welnu, uit de losse pols, als een soort formatienota:

– Ik zou eisen dat alle ziekenhuizen en artsen vrijuit mogen communiceren, zonder sancties te moeten vrezen.

– Ik zou eisen dat artsen hun beroep in vrijheid en naar eer en geweten kunnen uitoefenen en de artsen herinneren aan de eed van Hippocrates.

– Ik zou Sciensano verplichten om naast alle coronacijfers (en dat bedoel ik letterlijk: ernaast) ook alle andere sterftecijfers en hospitalisatiestatistieken op te nemen (bv. influenzadoden, verkeersdoden, zelfmoorden enz.). Met andere woorden: ik zou de cijfers in context plaatsen.

– Ik zou Sciensano verbieden om het aantal positieve tests te publiceren, omdat dat cijfer irrelevant en de pcr-test aantoonbaar onbetrouwbaar is. Ik zou de specialisten die dat kunnen aantonen, uitnodigen op een persconferentie.

– Ik zou artsen opdragen om alternatieven voor de pcr-test voor te stellen.

– Ik zou dokters verplichten om bij elk overlijden in eer en geweten (en indien nodig, na een autopsie) te verklaren of de persoon in kwestie DOOR covid-19 of MET covid-19 gestorven is en of er sprake was van comorbiditeiten.

– Ik zou virologen en andere specialisten die de regering als raadgever bijstaan, verbieden om met de media te spreken of via sociale media over hun adviezen te communiceren. Wie die regel niet volgt, vliegt meteen uit elk adviesorgaan (en mag daarna natuurlijk vrijuit spreken).

– Ik zou een verplichte jaarlijkse rotatie instellen voor alle specialisten die het beleid mee bepalen (omdat ook specialisten en virologen mensen zijn die fouten kunnen maken en de neiging kunnen hebben om hun fouten te verdonkeremanen).

– Ik zou enkel specialisten aanstellen die zwart op wit kunnen aantonen dat ze geen belangenconflict hebben.

– Ik zou onmiddellijk aparte covid-19-ziekenhuizen laten bouwen, met speciaal (her)opgeleid personeel. Daarvoor zou ik pakweg 5 miljard euro opzij zetten (ongeveer 10 % van de kosten van een lockdown).

– Ik zou een adviesgroep vragen om een lazaretbeleid uit te werken (naast of als aanvulling bij een quarantainebeleid), zodat covid-19-zieken afgezonderd kunnen worden in plaats van samen met gezonde mensen in quarantaine te moeten gaan.

– Ik zou mondmaskers voor kinderen verbieden.

– Ik zou het onomstootbare bewijs eisen dat mondmaskers werkelijk helpen tegen de verspreiding van covid-19 en dat een veralgemeend gebruik van mondkapjes meer nut dan schade met zich meebrengt. Zolang dit bewijs er niet is, zou ik het dragen van mondmaskers in de openbare ruimte afraden voor iedereen die niet tot een risicogroep behoort. De mondmaskerplicht zou ik afschaffen.

– Ik zou onmiddellijk studies bestellen om alle mogelijke coronamaatregelen, waar ook ter wereld, met elkaar te vergelijken: landen met en zonder mondmaskerdracht, lockdown, avondklok, enz.

– Ik zou geen enkele maatregel toestaan die de grondwet schendt.

– Ik zou een verplichte quarantaine (al dan niet in een lazaret) opleggen aan iedereen met covid-19.

– Ik zou de bevolking waarschuwen voor de gevaren van angst (voor de gezondheid en voor het openbaar leven).

– Ik zou nooit toestaan dat farmaceutische bedrijven vrijgesteld worden van vervolging bij nevenwerkingen van vaccins of medicatie. Een percentage (bv. 10 %) van de prijzen voor vaccins en medicatie zou bijvoorbeeld in een slachtofferfonds of een verzekering voor slachtoffers van nevenwerkingen gestort kunnen worden.

– Ik zou ook de Russische en de Chinese vaccins een eerlijke kans geven.

– Ik zou niet toelaten dat er van overheidswege druk op mensen uitgeoefend wordt om zich te laten vaccineren.

– Ik zou onmiddellijk de Belgische steun aan de Europese gezondheidspas intrekken, onder meer met verwijzing naar de historische ervaringen met apartheid en vervolging van minderheden.

– Ik zou een adviesgroep bijeenroepen met specialisten uit alle geledingen van de samenleving. Ik zou die adviesgroep en mijn kabinet de opdracht geven om een omgekeerde lockdown voor te bereiden, die alle mensen uit kwetsbare groepen de kans geeft om zich te beschermen. Voor die mensen zou ik voldoende fondsen vrijmaken. Ik zou wijkcomités en gemeenten de opdracht geven om de solidariteit lokaal te organiseren. Ik zou een beleid van gerichte bescherming/zorg uitwerken.

– Ik zou een noodfonds inrichten voor iedereen die omwille van corona schade ondervindt.

– Ik zou alle sluitingen van winkels en horeca ongedaan maken.

– Ik zou de grenzen openen.

– Ik zou mijn Zweedse collega opbellen en vragen dat hij zijn communicatieadviseurs naar Brussel stuurt.

– Ik zou de megaboetes afschaffen.

– Ik zou een ander model van financiering van de WHO & co eisen.

– Ik zou een belasting invoeren voor alle bedrijven die in deze crisis meer winst maken dan voorheen en dat geld gebruiken om de slachtoffers van de crisis te vergoeden.

– Ik zou de sociale partners samenroepen met het oog op een correctere verloning van alle beroepen die belangrijk zijn voor het sociaal weefsel en voor het welzijn.

– Ik zou de mensen vragen om het gesprek met andersdenkenden niet langer uit de weg te gaan en in de plaats daarvan op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke grond.

– Ik zou aan de bevolking vertellen dat we onze grondrechten moeten koesteren, onze medemensen moeten helpen, onze democratie moeten hervormen.

– Ik zou de mensen vragen om het gesprek met andersdenkenden niet langer uit de weg te gaan en in de plaats daarvan op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke grond.