donderdag 4 april 2024

Is Polen een Europese grootmacht in de maak?

[Oorspronkelijk gepubliceerd in april 2023, op mijn intussen gearchiveerde blog kwestievansamen.be.]

 

Meteen na de Russische inval in Oekraïne, intussen meer dan een jaar geleden, leende ik in de bibliotheek enkele boeken over geopolitiek, waaronder De wereld in 2100 (vertaling van The Next 100 Years), een werk uit 2009 van de invloedrijke Amerikaanse havik George Friedman, dat ik echter al na enkele hoofdstukken dichtklapte omdat het niet veel meer leek te zijn dan een bundeling baarlijke nonsens, bijeengesprokkeld door een hegemonialistische denktankfantast. Met name Friedmans voorspelling over Polen – ‘een nieuwe Europese grootmacht’ – vond ik goed een jaar geleden dermate onwaarschijnlijk, dat ik het boek maar liet voor wat het was. Dan liever ernstiger analisten, zoals Criekemans, Malfliet, Holslag, dacht ik toen.

Vandaag, amper een jaar later, lijken Friedmans voorspellingen helemaal niet meer zo vergezocht. Op basis van recente gebeurtenissen, opiniestukken, standpunten van westerse denktanks en opmerkelijke verklaringen van insiders en politici heb ik intussen een sterk vermoeden dat Friedmans De wereld in 2100 niet zozeer een denkoefening over mogelijke toekomstige ontwikkelingen was, wel veeleer een samenvatting van een strategische blauwdruk met het oog op de instandhouding van de Amerikaanse overheersing in Europa én (een noodzakelijke voorwaarde daarvoor) een definitief vernietigen van alle economische, culturele, politieke banden tussen Europa en Rusland. Geen futurisme dus, maar een plan, dat intussen stap voor stap uitgevoerd lijkt te worden.

De wereld in 2100 verscheen in 2009. Friedman voorspelt dat in de decennia volgend op 2009 in Rusland (zeker) en in China (waarschijnlijk) het staatsapparaat volledig in elkaar zal storten, met als te verwachten gevolg een uiteenvallen van deze landen in kleinere entiteiten. Ook zullen er wereldwijd – mede als gevolg van het verdwijnen van de twee Euraziatische grootmachten – vier nieuwe regionale grootmachten ontstaan: Mexico, Japan, Turkije en … Polen. Dat laatste land zal, aldus nog Friedman in 2009, de leiding op zich nemen van een nieuw ‘Pools blok’ (Polish bloc): een militaire alliantie met landen als Tsjechië, Slovakije, Hongarije en Roemenië. Polen zal, zo Friedman, opnieuw een Europese grootmacht worden, zoals ten tijde van de Pools-Litouwse Unie van de 17e en 18e eeuw.

In 1764 reikte de Poolse-Litouwse Unie net niet tot Smolensk in het oosten en tot de Dnjepr en Moldavië in het zuiden (bron)

Vervolgens voorspelt Friedman een aantal oorlogen die als gevolg van deze grote machtsverschuivingen zullen uitbreken. Een korte beschrijving daarvan is op Wikipedia te lezen. Wie dit stuk raadpleegt zal merken dat de correcties die Friedman in 2015 bij het boek aanbracht, geen wijziging van het Poolse scenario voorzien. Over dat Poolse scenario (plan?) wil ik het in de rest van dit stuk hebben. [1] Maar eerst een woordje over de auteur, George Friedman.

De private CIA

Wie is George Friedman? Iemand met eindredactie-autoriteit op Wikipedia noemt hem een ‘geopolitieke voorspeller’ en ‘strateeg voor internationale aangelegenheden’. In 2009, bij het verschijnen van De wereld in 2100, was hij de CEO van Stratfor, ‘een inlichtingendienst die vooral het bedrijfsleven voorziet van strategische analyses over geopolitieke aangelegenheden en internationale politiek’. Volgens een bekende boekensite wordt Stratfor ook wel de ‘Private CIA’ genoemd. Intussen heeft Friedman Stratfor verlaten en leidt hij de internetpublicatie Geopolitical Futures (‘Your Source for Geopolitics’). Hij schreef verscheidene boeken, waaronder recent nog The Storm Before the Calm. America’s Discord, the Coming Crisis of the 2020s and the Triumph Beyond (2020).

Voorheen kende ik Friedman enkel van een – in mijn ogen omineuze – toespraak die hij in 2015 bij The Atlantic Council hield, waarin hij een bijzonder cynische (en dus ongetwijfeld realpolitieke) visie op het Amerikaanse streven naar wereldhegemonie ontvouwt. Zonder verpinken en met zichtbare binnenpret (of is het schadenfreude?) verdedigt Friedman de verdeel-en-heers-strategie van de VS als de weg die het imperium ook in de toekomst moet bewandelen. (Klik hier voor een selectie van de meest markante uitspraken van Friedman, of hier voor de volledige versie.)

“The primordial interest of the United States, over which for centuries we have fought wars– the First, the Second and Cold Wars– has been the relationship between Germany and Russia, because united, they’re the only force that could threaten us. And to make sure that that doesn’t happen.”
George Friedman in 2015

Old Europe vs. New Europe (with a vengeance?)

Polen, een Europese militaire grootmacht? Hoe kan een serieus analyticus zich aan zulke onzin wagen, vroeg ik me goed een jaar geleden nog af. Het idee leek me potsierlijk, gezien de grote economische en politieke overmacht van Duitsland in Centraal-Europa. Maar enkele weken geleden schoot me deze gedachte te binnen: Wat als Friedman in zijn boek uit 2009 helemaal geen voorspellingen poneert, wel veeleer de strategische planning op middellange termijn van de Amerikaanse powers that be uit de doeken doet?

Welke aanwijzingen zijn er dan dat de VS inderdaad zou aansturen op een machtsverschuiving in Europa, ten voordele van Polen en Turkije en ten koste van bijvoorbeeld Duitsland?

  • In januari 2023 verhoogde Polen zijn defensiebudget van ongeveer 2,2 % tot 4 % van het BBP, het hoogste percentage van alle NAVO-landen behalve de VS.
  • Polen is al jarenlang vragende partij voor meer permanente militaire Amerikaanse bases in het land, terwijl in Duitsland de protesten tegen Amerikaanse bases jaar na jaar toenemen.
  • Uit heel wat mediaberichten blijkt dat de VS Polen wil helpen een van de sterkste legers van Europa te ontwikkelen (ter aflossing van Oekraïne? Van Duitsland?).
  • De toon die Polen tegenover Duitsland aanslaat, is de voorbije maanden merkbaar verscherpt, bijvoorbeeld in verband met herstelbetalingen voor de tijdens WO2 geleden schade.
  • Voor wie verder kijkt dan de mainstream media is het een publiek geheim dat er heel wat Poolse soldaten en officieren in Oekraïne ingezet worden tegen Rusland.
  • Via de media worden de geesten gekneed om aan het idee van een Pools-Oekraïense unie te wennen. Hier twee recente voorbeelden:
    • Foreign Affairs, maart 2023: It’s Time to Bring Back the Polish Lithuanian Union, door een senior fellow van The American Enterprise Institute.
    • Rzeczpospolita, 5 april 2023. In de Poolse ‘kwaliteitskrant’ verscheen een oproep van de socioloog en politoloog Tomasz Grzegorz Grosse (Univ. Warschau) om een Pools-Oekraïense republiek te stichten.

      (In de blogosfeer wordt de mogelijke aanhechting van (een deel van) West-Oekraïne bij Polen al langer besproken en becommentarieerd.[2])

En de klap op de vuurpijl: gisteren werd ik gewezen (hat tip: Steve A.) op deze recente toespraak van Viktor Orban, waarin hij het heeft over een plan om de machtsstructuren in Europa volledig te herzien, met Polen als machtigste spil van een toekomstig Europa. ‘The power structure in Europe is being restructured’, zegt Orban. Volgens hem wordt een economische unie voorbereid tussen Polen en Oekraïne (of wat daarvan overblijft na een mogelijke nederlaag tegen Rusland), wat natuurlijk enorme gevolgen voor het politieke, economische, militaire evenwicht in Europa kan hebben. Is het uit te sluiten dat zulke plannen uit de beproefde verdeel-en-heers-koker van trans-Atlantische strategen komen?

Viktor Orbans toespraak op 27 of 28 april 2023

Duitsland heeft sinds het begin van het Oekraïneconflict enkele serieuze opdoffers moeten incasseren: de sabotage van Nord Stream springt het meest in het oog. Wie zou er belang bij hebben dat Duitsland voor zijn energievoorziening op geen enkele manier nog bij Rusland terecht kan? Duitsland riskeert veel van zijn economische competitiviteit in te boeten wanneer het niet meer over de relatief goedkope Russische energie kan beschikken. De economische banden met Rusland zijn zo goed als volledig doorgeknipt, waardoor Duitsland de facto veel afhankelijker wordt van andere leveranciers, met name de VS, en economisch dreigt te degraderen van de Europese locomotief tot hoogstens nog een waterstoftrein.

20 jaar geleden namen Frankrijk en Duitsland – onder druk van de publieke opinie – openlijk afstand van de Amerikaanse plannen om Irak binnen te vallen. Wie herinnert zich niet de stemmingmakerij die daarop volgde, de openlijke scheldtirades (van Rumsfelds ‘Old Europe – New Europe’ tot Condoleezza Rice’s ‘Punish France, ignore Germany’, waaraan de zopas verschenen mei-editie van Le Monde Diplomatique een volledige pagina wijdt). Zes jaar later publiceerde Friedman De wereld in 2100. Heeft de VS uit de gebeurtenissen van 2003 de les getrokken dat, om het met Orban te zeggen, de machtsstructuren in Europa aan een grondige herziening toe zijn en mogen we de in de titel gestelde vraag letterlijk nemen? Is Polen een Europese grootmacht in de maak?


[1] Op de webstek van Geopolitical Futures lezen we overigens dat Friedman in juli 2021 nog steeds achter de voorspelling – de blauwdruk? –  met betrekking tot Polen (en daarmee onlosmakelijk verbonden, Duitsland) stond: “[… ] Germany is the most vulnerable country and will experience economic decline due to inevitable fluctuations in the export market. Consequently, by 2040, Germany will be a second-tier power in Europe. Other countries in Western Europe will be affected by its decline, leading Central Europe, and Poland in particular, to emerge as a major, active power.” Bijna woordelijk dezelfde voorspelling vinden we in de Stratfor Decade Forecast 2015-2025 uit 2015: “We expect Germany to suffer severe economic reversals in the next decade and Poland to increase its regional power as a result.”

[2] Zo ook de invloedrijke blogger Simplicius op Substack op 10 april 2023: “Poland sees the writing on the wall, the slow fall of Germany from power, the destabilization of the EU, and there it sees a huge opportunity to become ascendant as perhaps the premiere European power. Everything it is doing is from this perspective.” En over Turkije: “Poland has a lot in common with Turkey in that regard. Turkey became a very strategically critical part of NATO because of its position on the Bosporous, a key transit point that holds immense power to thwart entire empires.”

De vluchteling als basis voor een nieuwe politieke horizon?

[Oorspronkelijk gepost in april 2023 op mijn blog kwestievansamen.be, intussen gearchiveerd wegens onredelijk gestegen kosten bij provider Versio.]

We beleven het einde van een tijdperk in de politieke geschiedenis van het Westen, het tijdperk van de burgerlijke democratie, gebaseerd op grondwetten, rechten, parlementen en de scheiding der machten. Dit model verkeert al lange tijd in crisis, de grondwettelijke beginselen worden steeds vaker genegeerd en de uitvoerende macht heeft bijna geheel en al de plaats ingenomen van de wetgevende macht, omdat zij zich tegenwoordig vrijwel uitsluitend bedient van wetsdecreten. Met de zogenaamde pandemie is een volgende stap gezet, in die zin dat wat Amerikaanse politicologen de Security State (veiligheidsstaat) noemden, gebaseerd op de strijd tegen het terrorisme, nu heeft plaatsgemaakt voor een bestuursparadigma dat we ‘bioveiligheid’ kunnen noemen en gebaseerd is op de volksgezondheid. Het is belangrijk te beseffen dat bioveiligheid qua doeltreffendheid en doordringendheid alle eerdere vormen van menselijk bestuur die wij hebben gekend, overtreft. Zoals we in Italië – maar niet alleen in Italië – hebben gezien, accepteren mensen zodra er een bedreiging van de volksgezondheid is zonder morren beperkingen van hun vrijheid die zij in het verleden nooit zouden hebben aanvaard. Dit heeft geleid tot de paradox dat het afzien van alle sociale relaties en politieke activiteit wordt voorgesteld als een voorbeeldige vorm van burgerparticipatie. (G. Agamben)

Epidemie als politiek is misschien wel de ideale kennismaking met het gedachtegoed van de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben (° 1942), wiens bekendste werk, Homo sacer. De soevereine macht en het naakte leven (1998), al een hele tijd, met een bladwijzer halverwege, in mijn leesstapel ligt (en sinds vandaag opnieuw erbovenop). In het nawoord van Epidemie als politiek somt Tim Christiaens de vijf gevaren op waarvoor Agamben ons wil waarschuwen: “(1) de inertie van de noodtoestand, (2) de biomedische technocratie, (3) de digitale automatisering, (4) de ontwrichting van de maatschappelijke solidariteit en (5) de verdrukking van de aarde.”

Het boekje bundelt 17 korte teksten die Agamben tussen februari en december 2020 naar aanleiding van de coronacrisis en de daarmee samenhangende overheidsmaatregelen schreef en drie interviews met de filosoof uit dezelfde periode. De uitzonderingstoestand als het nieuwe normaal: de ondertitel geeft het overheersende thema aan. Toch zijn enkele stukken aan andere onderwerpen gewijd, zoals bijvoorbeeld Gaia en Chthôn, waarin Agamben een zowel op de Griekse mythologie als op de zogenaamde Gaiahypothese van James Lovelock en Lynn Margulis geïnspireerde oproep tot een ecologische levenswijze (of misschien correcter, levensopvatting) formuleert die – kort door de bocht geformuleerd – naast het leven (Gaia, de biosfeer) ook de dood (Chthôn, de thanatosfeer) in ere houdt:

Alles wijst erop dat de gelijkstelling van de grenzen van de biosfeer met het aardoppervlak en de atmosfeer niet kan worden volgehouden: de biosfeer kan niet bestaan zonder de uitwisseling met de chthonische thanatosfeer; Gaia en Chthonie, het levende en het dode, moeten in hun onderlinge samenhang worden beschouwd. Wat in feite in de moderniteit is gebeurd, is dat de mensen hun relatie met de chthonische sfeer zijn vergeten en hebben veronachtzaamd. (p. 106)

Brutale onheilsprofeet

Agamben is een omstreden denker. Ype de Boer (voorwoord) noemt hem ‘de criticus van de permanente uitzonderingstoestand’; voor Tim Christiaens (nawoord) is hij een moderne onheilsprofeet in de oudtestamentische traditie, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Jesaja:

Op dezelfde manier overschouwt Agamben de hedendaagse wereld en ziet hij dat de bevolking zodanig in de greep is van publieke opiniemakers, politici en virologen dat niets anders meer tot haar doordringt dan harde, brutale boodschappen. Hij schotelt zijn publiek het worst case scenario voor van onze maatschappelijke toekomst, indien de bevolking alle coronamaatregelen zonder weerstand blijft aanvaarden. Door zijn lezers op zo’n gewaagde wijze aan te spreken, hoopt hij hen tot inkeer te brengen, opdat ze voor hun rechten en  vrijheden opkomen. Volgens Agamben worden die verworvenheden nu al te makkelijk afgestaan uit naam van de publieke veiligheid, net zoals de afgelopen twintig jaar de bevolking reeds allerlei rechten en vrijheden heeft afgestaan in de strijd tegen het terrorisme. (…) Door mensen brutaal te confronteren met de uiterste consequenties van hun eigen gedrag, tracht Agamben hen op een ander pad te brengen. (p. 109)

Mij spreekt Agamben vooral aan wanneer hij zich opstelt als criticus van de moderne tijd. Al in Homo Sacer (1998) had hij het over de toenemende rol die de uitzonderingstoestand in de moderne westerse samenlevingen speelt.

…de uitzonderingstoestand, dat wil zeggen: de pure en eenvoudige opschorting van de grondwettelijke bescherming. Wat dit aangaat zijn er overeenkomsten met wat er in 1933 in Duitsland is gebeurd, toen de nieuwe kanselier Adolf Hitler, zonder de grondwet van de Weimarrepubliek formeel af te schaffen, een uitzonderingstoestand afkondigde die twaalf jaar van kracht zou blijven. De grondwettelijke orde werd zo in feite terzijde geschoven, hoewel ze schijnbaar gehandhaafd bleef. (p. 10)

Het is dan ook geen wonder dat Agamben de coronamaatregelen, meer dan 20 jaar later, zag als een bevestiging van zijn analyse:

In de eerste plaats blijkt hier opnieuw sprake te zijn van de groeiende tendens om de uitzonderingstoestand als een normaal bestuursparadigma te gebruiken. (…) De andere factor, niet minder verontrustend, is de angstcultuur die de laatste jaren onder de mensen is verspreid en zich vertaalt in een reële behoefte aan een toestand van collectieve paniek, waarvoor de epidemie opnieuw het ideale excuus biedt. Zo wordt bij wijze van een perverse vicieuze cirkel de beperking van de vrijheid die door de overheden wordt opgelegd, geaccepteerd uit naam van een verlangen naar veiligheid dat is gewekt door dezelfde regeringen die nu ingrijpen om dat verlangen te bevredigen. (p. 25 en 27 – geschreven in februari 2020)

 

De epidemie toont duidelijk dat de uitzonderingstoestand, waaraan regeringen ons al lange tijd hebben laten wennen, in wezen de normale toestand is geworden. (p. 32)

Agamben stelt dat de democratische politieke paradigma’s steeds meer overgaan in een bioveiligheidsparadigma. Voortbouwend op Foucaults concept van ‘biopolitiek’ en op Ivan Illich (‘misschien wel de scherpste criticus van de moderniteit’) stelt hij vast ‘dat voor ieder individu de eenheid van de ervaring van het leven is doorbroken’:

Die ervaring was altijd tegelijkertijd zowel lichamelijk als geestelijk van aard, maar is nu uiteengevallen in een zuiver biologische entiteit enerzijds [die Agamben ‘het naakte leven’ noemt, gvh] en in een sociaal, cultureel en politiek bestaan anderzijds. (p. 73)

 

Het eerste dat de golf van paniek die ons land heeft verlamd duidelijk aantoont is dat onze samenleving in niets anders meer gelooft dan in het naakte leven. Het is duidelijk dat de Italianen bereid zijn vrijwel alles op te offeren om maar niet ziek te worden: hun normale levensomstandigheden, sociale relaties, werk, zelfs vriendschappen, liefdes en religieuze en politieke overtuigingen. Het naakte leven – en de vrees om dat te verliezen – verenigt mensen niet, maar verblindt en scheidt hen. (p. 31)

Een optimist kun je Agamben bezwaarlijk noemen:

Het gaat hier om het lot van de menselijke samenleving. Deze manier van denken lijkt in veel opzichten het apocalyptische idee van het einde van de wereld te hebben overgenomen van religies die nu in hun nadagen verkeren. Na de vervanging van de politiek door de economie, zal ook de economie nu moeten worden opgenomen in het nieuwe paradigma van de bioveiligheid, waaraan alle andere behoeften moeten worden opgeofferd. Het is legitiem om je af te vragen of een dergelijke samenleving zich nog wel menselijk mag noemen. Of kan een abstracte en waarschijnlijk geheel fictieve veiligheid op het gebied van de volksgezondheid het verlies aan zintuiglijke contacten, en van vriendschap en liefde, daadwerkelijk compenseren? (p. 68)

Toch lijkt de filosoof een uitweg te zien, of althans een opdracht die ons op weg kan helpen:

We zoeken naar een politiek die noch de vorm van de uit zwang geraakte burgerlijke democratie zal hebben, noch die van het technologisch-medisch despotisme dat op het punt staat haar te vervangen. (p. 12)

 

Het probleem schuilt in het beperken van de alternatieven tot democratie en despotisme. Het is noodzakelijk een andere vorm van politiek te bedenken die ontsnapt aan het eeuwige heen-en-weer-bewegen waarvan wij nu al tientallen jaren getuige zijn, tussen een democratie die ontaardt in despotisme en een totalitarisme dat ogenschijnlijk democratische vormen aanneemt. Van Tocqueville weten we al dat de democratie de neiging heeft te ontaarden in despotisme, en het is voor een oplettende waarnemer moeilijk uit te maken of we vandaag in Europa leven in een democratie die steeds meer despotische vormen van controle aanneemt, of in een totalitaire staat die zich voordoet als een democratie. De komende politiek zal zich buiten het bereik van beide moeten ontwikkelen. (p. 78)

Vluchtelingen in een wereldwijde burgeroorlog

In een bijzonder boeiend interview met het Griekse tijdschrift Babylonia (mei 2020), in het boekje herdrukt onder de titel Polemos Epidêmios, verwijst Agamben naar de etymologie van het woord epidemie. ‘Het begrip epidemie is in de eerste plaats een politiek begrip.’ We herkennen er het Griekse demos (volk) in. ‘Polemos epidêmios is bij Homerus de aanduiding voor een burgeroorlog’.

Wat we tegenwoordig duidelijk zien gebeuren is dat de epidemie het nieuwe terrein van de politiek aan het worden is, het strijdtoneel van een wereldwijde burgeroorlog – want het is duidelijk dat deze burgeroorlog een oorlog is tegen een interne vijand, een vijand die in ons woont. (p. 70)

In datzelfde interview gaat het over Agambens tekst Beyond Human Rights (1993), waarin hij het had over de historische transformatie van mens tot burger als gevolg van de overgang van soevereiniteit van goddelijke oorsprong naar nationale soevereiniteit. De mens-als-burger verwerft pas rechten binnen het kader van de staatssoevereiniteit. “De vluchteling”, aldus interviewster Dimitri Pouliopoulou, verwijzend naar Beyond Human Rights, “vormt het breekpunt tussen geboorte en nationaliteit, verbreekt de identificatie tussen mens en burger, en creëert zo een crisis in het dominante verhaal, in de triptiek van staat-natie-territorium”. Waarop Agamben:

En zoals Arendt had geschreven dat vluchtelingen in feite de voorhoede van hun volk waren, zo stelde ik voor de burger te vervangen door de vluchteling als basis voor een nieuwe politieke horizon, waarvan de urgentie nu onontkoombaar was geworden. (…) De pandemie heeft zonder enige twijfel aangetoond dat de burger is gereduceerd tot zijn naakte biologische bestaan. Op die manier is hij dichter bij de figuur van de vluchteling gekomen, tot op het punt dat hij er bijna mee samenvalt. (p. 75-76)

De vluchteling als een synthese tussen mens en burger: zou dat een aanzet kunnen zijn voor het nadenken over nieuwe politieke vormen?

G. Agamben, Epidemie als politiek. De uitzonderingstoestand als het nieuwe normaal, Starfish Books, Amersfoort, 2021.