dinsdag 26 december 2023

Mussolini: socialist, fascist of opportunist?

 

[oorspronkelijk verschenen op kwestievansamen.be, op 21 november 2020]

Antonio Scurati – M. De zoon van de eeuw (roman)
Angelica Balabanoff – Rebel (memoires)

Wie de opkomst van het Italiaanse fascisme beter wil begrijpen, niet analytisch of academisch, maar in de zin van ‘aanvoelen hoe het was’, moet M. De zoon van de eeuw lezen, de roman van Antonio Scurati die verhaalt hoe Benito Mussolini en zijn ‘Fasci di Combattimento’ (later omgedoopt tot de Fascistische Partij van Italië) na de eerste wereldoorlog door middel van een niets ontziende terreurcampagne de macht grepen. De 800 bladzijden van dit eerste deel bestrijken de periode 1919 tot 1925. Er zijn nog twee delen gepland, aldus de flaptekst.

Volgens Scurati is ‘M’ integraal gebaseerd op originele bronnen. Dat lijkt te kloppen: bijna elk hoofdstuk eindigt met enkele citaten uit kranten, brieven, staatsarchieven, dagboeken. Zo ontstaat een overtuigend relaas, een ‘documentaire roman’ die meer beklijft en wellicht ook meer inzicht in sommige aspecten van het fascisme en van het leven in Italië na 1918 verschaft dan menig historisch werk.

Voor mij bevestigt ‘M’ het vermoeden dat, net zoals in Duitsland, ook in Italië de opkomst van het fascisme niet los te denken valt van het succes van het socialisme in die periode, net na de Russische Revolutie. Soms lijkt het wel (om nu even sterk te vereenvoudigen) alsof alle maatschappelijke ontwikkelingen in het Europa van de jaren 1900-1950 terug te brengen zijn tot één overheersende kwestie: de strijd om de eigendomsverhoudingen. In de Italiaanse versie van die strijd stelden veel industriëlen, maar ook talloze kleine pachters en ondernemers (en, zo lijkt het, ook de Italiaanse koning, de loge en het Vaticaan) al hun hoop in Mussolini’s fascisten nadat de socialisten bij de parlementsverkiezingen van 1921 een overweldigende meerderheid behaalden en een revolutie à la Rusland ook in Italië onafwendbaar leek. Met nietsontziend straatgeweld en een aanhoudende terreurcampagne, getolereerd door de staat en op z’n zachtst gezegd openlijk goedgepraat door de conservatieve pers zoals Corriere della Sera, brak de door Mussolini geleide (alhoewel, zie hieronder), in die beginjaren nog linkse, fascistische beweging in luttele maanden de politieke macht, het zelfvertrouwen en de samenhang van de socialisten.

Zou het met een andere leider dan Mussolini anders gelopen zijn? Voor mij is dat helemaal niet zeker, te meer daar ik meteen na ‘M’ ook de politieke herinneringen van één van de leidende figuren van het internationale socialisme, Angelica Balabanoff (of Balabanova), las (Rebel. Politieke herinneringen 1869-1938, Schokland Kritische Klassieken, 2018). Balabanova, die jarenlang nauw met Mussolini samenwerkte (en volgens sommige bronnen een tijdlang intiem met hem samenleefde), schetst de ‘Duce’ als een uitgesproken lafaard, iemand die ‘s nachts niet alleen de straat op durfde, een opportunistische hoogstapelaar zonder principes en bovenal een door en door egocentrische narcist, verstoken van elk empathisch vermogen. Was Mussolini wel zo’n doortastend leider? Ik heb zo m’n twijfels.

Ook Scurati zet in ‘M’ een Mussolini neer die zich tijdens de terreurexpedities van de fascisten doorgaans op de redactie van zijn krant verschanste – in geen geval een leider die de touwtjes in handen had. Het waren de anderen, de meedogenloze sadisten zoals een Italo Balbo en de lokale bendeleiders die de geschiedenis aanstuurden. De opportunist Mussolini wist perfect wanneer hij een situatie kon uitbuiten om zichzelf op de voorgrond te plaatsen, maar ik betwijfel of hij de gebeurtenissen meester was. Enfin, dat is het beeld dat ik nu van hem heb.

In ‘M’ schittert overigens de buitengewoon excentrieke dichter, dandy en oorlogsheld Gabriele D’Annunzio in een bijrol. Het heroïsch-koldereske relaas van de inname van Fiume (Rijeka) in 1920, met soldaten en zelfs hoge officieren die, in de ban van D’Annunzio’s charisma, meteen naar zijn kamp overliepen en hielpen bij de verovering en de bezetting van de stad, zou bij sommige lezers wel eens een heimelijk verlangen naar grootse historische daden kunnen opwekken. De Vrijstaat Fiume bestond tot 1924, toen het door het fascistische Italië geannexeerd werd.

‘M’ is historische fictie (?) op z’n best. Bovendien erg actueel nu we opnieuw beleven hoe massa-angst ontstaat en gevoed en misbruikt wordt.

Enkele uittreksels uit ‘M’

“Hetgeen betekent dat de stelling van geweld tegenover geweld heeft afgedaan, dat de gematigden de fascisten beschouwen als een besmettelijke, maar noodzakelijke ziekteverwekkende stof voor de opperste overlevingskansen van het sociale organisme. Een onder de huid geïnjecteerd vaccin tegen het socialisme.” (p. 336, jaar: 1921, door het romanpersonage Benito Mussolini)

“Giolitti heeft een eigen plan: de fascistische illegaliteit, die wordt gezien als een voorbijgaand verschijnsel, indammen en binden aan de grondwet. Mussolini heeft een tegenplan: wanorde creëren om te laten zien dat alleen hij de orde kan herstellen. De knokploegleden met de ene hand ontketenen om ze dan met de andere in te tomen. Daarvoor moet hij echter twee veldslagen voeren, op twee verschillende fronten, waarbij de bondgenoten en de vijanden stuivertje-wisselen. Er komt een hypnotische toverij bij kijken waardoor je iets kunt doen en ontdoen, iets beweren en het tegendeel ervan, je bewust overtuigen van de waarachtigheid van iets en onbewust weten dat het onwaar is, vooral moet je kunnen vergeten en vergeten dat je hebt vergeten. Er is kortom een dubbele gedachte nodig. Zo blijf je altijd op het rechte spoor.” (391, jaar: 1921, door het personage Benito M.)

“Overigens zijn de Milanese industriëlen hem weer gaan financieren door rechtstreeks geld over te maken aan de centrale directie, anders dan de landeigenaars, die uitdelen aan de Fasci in de provincie. De reactionaire Achille Ratti, aartsbisschop van Milaan, die het jaar daarvoor in de Dom de fascistische vaantjes heeft gezegend, heeft de Heilige Stoel bestegen op het moment dat Mussolini het Quirinaal betrad, daar ontboden door de koning voor overleg naar aanleiding van de zoveelste regeringscrisis. De beau monde reikt hem dus de hand. Waarom zou hij die niet aannemen? Waarom zou hij erin blijven bijten?” (p. 471, jaar: 1922) 

[In dit verband volgt hier een kort fragment uit Balabanoffs ‘Rebel’, over het moment dat Mussolini uit de socialistische partij gezet werd en zijn nieuwe krant ‘Il Popolo D’Italia’ uitbracht, die later de spreekbuis van het fascisme zou worden:

“Iedereen wist dat, toen Il Popolo D’Italia verscheen, Mussolini’s ‘bekering’ een financiële reden had en in Italië was het algemeen bekend dat het geld van de geallieerden en de Italiaanse industriëlen kwam. De meest gehoorde vraag van deze dagen was dan ook: ‘Wie heeft er betaald?’ (p. 129 – Balabanoff vervolgt dat in 1926, tijdens het proces in Parijs tegen de anti-fascist Bonomini, bekend werd dat de Franse regering in die periode tienduizenden francs aan Mussolini had overgemaakt.)]

“Italië is echt een fantastisch land: in achtenveertig uur knuppelen is bereikt wat in een eeuw van strijd niet is gelukt: de socialisten zijn gebroken. Kijk daar die mensen beneden, die kranten, die socialistische organisaties, die zich tot gisteren vertakten over de vlakten, de kusten, de bergruggen van dit geweldige land. Kijk ze nu toch… niet één gebaar, niet één kreet, ze durven niet eens adem te halen. (…) Nu hoeven de socialisten niet meer getroffen te worden, nu zijn er nog maar twee krachten in het veld: de fascisten en de liberale staat, en dat wordt een dodelijk duel. Je moet lang wachten, voordat je je enige klap toedient. Aan die stelregel moet je je houden. Altijd trouwens.” (513, jaar: 1922, door het romanpersonage Benito Mussolini)

“Door een simpele hervorming van het kiesstelsel zit Mussolini dus weer in het zadel. Liberaal rechts, dat tot voor kort bereid was hem te wippen, zoekt aangelokt door het vooruitzicht van herverkiezing weer toenadering. Door de dreiging niet herkozen te worden lopen de gematigde fascisten, die tot voor kort verleid waren tot opstand, weer in het gareel. En zo sluit het moeras zich weer boven op de eigen slikafzetting. Het enige waar het de beroepspolitici om gaat is herverkozen te worden. De wereld mag vergaan, maar zij zullen niet om iemands mooie blauwe ogen het pluche verlaten.” (p. 820, jaar: 1924, door de verteller)

Een uittreksel uit ‘Rebel’

Tot slot een anekdote uit Balabanoffs ‘Rebel’ (pagina’s 109-110; het citaat staat in het hoofdstuk over de periode 1912-1914, toen Mussolini nog lid was van de marxistische vleugel van de Socialistische Partij van Italië, waartoe ook Balabanoff behoorde. De titel van het hoofdstuk is ‘Mussolini’s pathologische gedrag’):

‘Elke dag om ongeveer vier uur ’s middags ging Mussolini de deur uit voor een bezoek aan de dokter. Hoewel hij erg terughoudend was in zijn contact met de meeste kameraden en nooit het masker waaronder hij zijn gedachten en emoties verborg liet vallen, liet hij geen gelegenheid ongebruikt om over zijn aandoeningen te spreken. Dat was een van zijn manieren om aandacht te trekken en medeleven op te wekken. Hij vond het origineel om op te scheppen over iets waar de meeste andere mensen over zouden zwijgen. Ongeacht welke gasten er waren, als het tijd was om naar de dokter te gaan vertelde hij dat en ook de reden waarom. Als hij terugkwam klaagde hij luidkeels over zijn pijn en bleef uren achtereen in een prikkelbare stemming.

Omdat ik geïrriteerd was door zijn manier van aandacht trekken, onderbrak ik hem een keer toen er verschillende mensen aanwezig waren. ‘Waarom moet je altijd hetzelfde herhalen?’ vroeg ik hem. ‘Zelfs als het over iets interessants ging zou het vervelend worden. Kan je niet gewoon naar een specialist gaan en ermee ophouden?’

‘Je hebt gelijk,’ zei hij, ‘ik zal naar een specialist gaan.’

De volgende middag om ongeveer zes uur werd mijn aandacht getrokken door iets ongebruikelijks – er stopte een koets voor de deur van het kantoor van Avanti. De man die uitstapte en ons redactiekantoor binnenkwam was Mussolini, maar ik herkende hem nauwelijks. Hij trilde, zijn gezicht was bleek en zijn ogen waren vol paniek. Ieder woord dat hij sprak leek hem ondraaglijk pijn te doen. Hij wierp zichzelf in een stoel, verborg zijn gezicht in zijn handen en begon te huilen. Hoewel ik gewend was aan zijn hysterische uitbarstingen, begreep ik dat er deze keer iets anders aan de hand was dan een van zijn gebruikelijke zenuwaanvallen.

‘Wat is er met je aan de hand?’ vroeg ik. ‘Waarom huil je?’

Hij richtte zijn hoofd op en keek me met een van afschuw vervulde uitdrukking aan. ‘Voel je het dan niet, ruik je het niet?’ klaagde hij. ‘Ruik je het ontsmettingsmiddel niet?’

‘Ontsmettingsmiddel?’

‘Ja, en stel je voor, die verdomde dokter heeft me bloed afgenomen. Voor hij dat deed gebruikte hij een ontsmettingsmiddel, nu ruik ik het overal – overal. Het achtervolgt me!’

Ik probeerde hem te kalmeren, verzekerde hem dat hij er gauw van af zou zijn en adviseerde hem naar huis te gaan voor het avondeten.

‘Ik ben bang voor die lucht,’ ging hij verder. ‘Ik ben overal bang voor.’

[De bezorgde Balabanoff zocht de dokter op, een kameraad van de partij die ze kende. Ze vroeg of ze iets voor Mussolini kon doen.]

‘Kameraad’, antwoordde hij, ‘als medische chef van de kliniek zie ik elk jaar duizenden patiënten. Geloof me als ik je vertel dat ik nog nooit zo’n lafaard heb gezien als Mussolini.’

‘Flexibele lockup’ als alternatief voor lockdown?

 

[De onderstaande tekst, een vroege oproep tot wat later door anderen omgekeerde lockdown werd genoemd, publiceerde ik op 31 mei 2020 op https://kwestievansamen.be, een domeinnaam die binnenkort zal verdwijnen omdat provider Versio zijn prijzen verdrievoudigd heeft. 

Een tijdsdocument uit de eerste maanden van de 'coronapandemie'.]

 

De bereidheid om bij een mogelijke tweede golf van de corona-epidemie opnieuw een totale “lockdown” te aanvaarden neemt zienderogen af. Is er een andere oplossing denkbaar als reactie op een eventuele tweede besmettingsgolf of op mogelijke toekomstige epidemieën? Volgens mij wel.

Als alternatief voor een “lockdown” (een top-down-maatregel) stel ik hieronder een oplossing voor die van onderuit (bottom-up) kan groeien en die, in vergelijking met “lockdown” (1) de ontwrichting van ons samenleven zou beperken, (2) de schade voor de economie zou beperken, (3) minder sterfte als gevolg van verplichte langdurige quarantaine zou veroorzaken en (4) sneller tot groepsimmuniteit zou leiden. En dat alles (5) zonder dat iemand gedwongen zou worden om zich tegen zijn of haar wil bloot te stellen aan het gevaar van corona-infectie.

Voor- en nadelen van “lockdown”

“Lockdown” is een door de centrale overheid besliste collectieve quarantaine, die aan een grote groep mensen opgelegd wordt om een kleine groep te beschermen. Zo’n “lockdown” heeft twee doelen: ten eerste, voorkomen dat veel mensen op hetzelfde moment ziek worden, wat tot overbelasting van de ziekenhuizen zou leiden; ten tweede, zo veel mogelijk vermijden dat mensen uit risicogroepen blootgesteld worden aan het virus. Vanuit dit oogpunt is de “lockdown” in België mogelijk een succes te noemen.

Maar een langdurige “lockdown” gaat gepaard met een ongeziene ontwrichting van de samenleving: de economische schade is ongezien (en voorlopig moeilijk in te schatten); heel wat gezinnen dreigen in de armoede terecht te komen; het welbevinden van veel mensen staat zwaar onder druk; het maatschappelijk weefsel is aangetast; de angst en het wantrouwen in de bevolking nemen toe; bij velen groeit het gevoel dat ze als burgers en inwoners willoos onderworpen zijn aan beslissingen van bovenaf en aan een controlerende overheid met groeiende bevoegdheden; de rechtszekerheid neemt af. Een opgelegde, langdurige “lockdown” is potentieel uitermate schadelijk voor onze samenleving en de kwaliteit van ons (samen)leven. “Een tweede lockdown overleven we niet”, klinkt het hier en daar.

Daarnaast heeft “lockdown” een andere belangrijke tekortkoming: als iedereen thuis opgesloten zit, bouwen we als samenleving niet of nauwelijks groepsimmuniteit op. Behalve wanneer het virus vanzelf verdwijnt, zou de collectieve quarantaine in principe moeten duren tot er een vaccin is, iets wat zelfs in de meest optimistische scenario’s nog maanden zal duren.

Kortom, de “lockdown” redt mensenlevens en kost mensenlevens, al kan niemand zeggen hoeveel precies. Hoe langer de “lockdown” duurt, hoe meer we de negatieve gevolgen ervan zullen ondervinden.

Sommige wetenschappers verwachten een tweede covid-19-golf in het najaar van 2020. Maar ook als die golf er niet komt, hebben we hopelijk geleerd dat we ons maar beter kunnen voorbereiden op toekomstige epidemieën. Hoog tijd dus om na te denken over alternatieven voor de opgelegde collectieve quarantaine of “lockdown”.

Een alternatief voor “lockdown”

Is er een andere manier denkbaar om als samenleving met dodelijke epidemieën om te gaan? Bestaat er een oplossing die de voordelen van collectieve quarantaine biedt (maximale bescherming van risicogroepen; overbelasting van de gezondheidszorg voorkomen), zonder de nadelen ervan? Volgens mij is het antwoord op die vraag positief. In wat volgt schets ik zo’n alternatief in grote lijnen.

Vooraf dit: de voorgestelde oplossing is geen kant-en-klaar pakket. Ik schets hieronder een andere benadering van het probleem: een flexibele (of beter: fluïde), decentrale oplossing die steunt op samenwerking tussen burgers en de overheid en op een doorgedreven vorm van solidariteit. Die oplossing roept nieuwe vragen en problemen op, waarop we een antwoord zullen moeten zoeken. Een permanente bijsturing zal nodig zijn. Maar net omdát het een decentrale, fluïde oplossing is en het initiatief en de verantwoordelijkheid dus voornamelijk op lokaal vlak en bij ieder van ons liggen, vermoed ik dat die bijsturing soepeler, directer en meer op maat zal gebeuren dan bij de huidige, centraal geleide en dus logge aanpak.

Voorlopig heb ik de operatie “Flexibele lockup” gedoopt (suggesties voor een elegantere benaming zijn welkom).

Flexibele lockup: een fluïde, decentraal, solidair antwoord op de corona-epidemie

Gedurende de volledige periode van een Flexibele lockup onderscheiden we in de samenleving twee groepen: de “Buitengaanders” en de “Binnenblijvers”. Buitengaanders kunnen zich vrij verplaatsen en nemen in de mate van het mogelijke hun normale rol in het maatschappelijk leven op. Binnenblijvers zonderen zich tijdelijk af en blijven in quarantaine. De keuze om tot de ene of de andere groep te behoren, is (op twee uitzonderingen na) vrijwillig en kan op elk moment herzien worden.

(1) Elke meerderjarige inwoner van het land kan in alle vrijheid beslissen om ofwel het normale, actieve leven voort te zetten (als Buitengaander), ofwel in quarantaine te blijven in de eigen woning (als Binnenblijver).

Met andere woorden: iedereen die weer aan het werk, naar de school of de sportvereniging, op café of op restaurant wil gaan, kan dat doen. Anderzijds kan ieder die tot een risicogroep behoort of die voor zijn of haar gezondheid vreest, in quarantaine blijven. Deze keuze maakt elke inwoner van het land voor zichzelf.

Er zijn twee belangrijke uitzonderingen: voor minderjarige kinderen beslissen de ouders of de voogd; en wie ziek wordt van COVID-19 of de gekende symptomen vertoont, gaat meteen verplicht in (volledige) quarantaine en treedt dus tijdelijk toe tot de groep van Binnenblijvers.

(2) Het staat iedereen (behalve coronazieken) vrij om de keuze “Binnenblijver of Buitengaander” te wijzigen. De samenleving vertrouwt erop dat ieder die keuze voor zichzelf kan maken. Een Buitengaander kan met onmiddellijke ingang Binnenblijver worden en in quarantaine gaan. Voor de Binnenblijvers is de verandering van groep pas om de week mogelijk: om de huisdokters en het systeem van solidariteit (zie hieronder) niet te overbelasten, kan een Binnenblijver pas na een week Buitengaander worden.

(3) Buitengaanders en Binnenblijvers hebben, als ze ziek worden, recht op dezelfde medische zorgen. (Mogelijk moet daarvoor de ziekenhuiscapaciteit opgetrokken worden. Dat moet dan met hoogdringendheid gebeuren, overigens ook om ons land tegen toekomstige epidemieën te wapenen.)

(4) Binnenblijvers maken hun keuze bekend bij de huisdokter. De dokter schrijft een ziektebriefje uit (een “quarantainebriefje”). De patiënt is niet verplicht een geneeskundig onderzoek te ondergaan en de arts moet (zolang de uitzonderingstoestand van Flexibele lockup duurt) zonder bijkomende vragen of voorwaarden het quarantaineverlof uitschrijven.

Met andere woorden: zolang de Flexibele lockup duurt, zijn “bezorgdheid om besmet te worden” en “behoren tot een risicogroep” voldoende redenen voor de huisdokter om een ziektebriefje te schrijven. Details over iemands motivatie om binnen te blijven, vallen onder het beroepsgeheim van de dokter. Deze informatie kan dus in geen geval gedeeld worden met de overheid, de werkgever, de familie, de verzekering, enzovoort.

(5) Zolang de corona-epidemie aanhoudt, hebben de Binnenblijvers recht op dezelfde financiële tegemoetkomingen en op identieke steunmaatregelen als tijdens de eerste fase van de corona-lockdown in België (technische werkloosheid; bescherming tegen ontslag; betaling van een steunpremie voor gedwongen sluiting van een zaak; uitstel van aflossing van kredieten; ziekteverlof; afstandsonderwijs voor schoolgaande kinderen; enzovoort). Binnenblijvers mogen dus geen enkel bijkomend nadeel ondervinden van het feit dat ze voor quarantaine kiezen.

(6) De groep van de Buitengaanders houdt de samenleving en de economie zo goed mogelijk op gang. Hoe groter het aantal Buitengaanders, hoe beperkter de economische schade én hoe sneller we als bevolking groepsimmuniteit opbouwen.

(7) De Buitengaanders hebben nog een andere belangrijke functie: zij organiseren en dragen de solidariteit met de Binnenblijvers. Wie in quarantaine blijft, moet immers kunnen rekenen op de solidariteit en de hulp van anderen (bv. boodschappen doen, hulp bij onderwijs, allerlei andere behoeften lenigen). Het volgende punt schetst welke vorm deze solidariteit zou kunnen aannemen.

(8) Om een maximale betrokkenheid van alle inwoners te bereiken en om zo goed mogelijk te kunnen inspelen op individuele behoeften, lijkt het raadzaam dat Flexibele lockup lokaal georganiseerd wordt, in buurtcomités die zijn samengesteld uit vrijwilligers en die nauw samenwerken met de lokale overheid (stad of gemeente). Deze buurtcomités leggen een register aan van de Binnenblijvers uit de buurt en van hun behoeften; ze zijn verantwoordelijk voor de organisatie van de solidariteit in de buurt.

(Zie ook hieronder: organisatorische aanvullingen).

(9) Flexibele lockup kan maar gedragen worden door de bevolking als geheel, wanneer niemand zich voor de eigen keuze hoeft te verantwoorden of schuldig te voelen tegenover de andere groep, dus wanneer de keuze voor ‘binnen blijven’ en de keuze voor ‘naar buiten gaan’ als volstrekt evenwaardig gelden. Immers, de ene groep kan zonder de andere niet bestaan. Omdat dit laatste (de wederzijdse afhankelijkheid van beide groepen) zo fundamenteel is voor het slagen van Flexibele lockup, vat ik nog even de wezenlijke bijdrage van Binnenblijvers en Buitengaanders samen.

De wezenlijke bijdrage van de Binnenblijvers: zij zorgen dat onze gezondheidszorg niet overbelast geraakt. Het is enkel dankzij hun keuze om in quarantaine te blijven dat de Buitengaanders met meer vertrouwen het risico op COVID-19-besmetting kunnen aangaan. Dankzij de Binnenblijvers hoeft een Buitengaander zich bovendien niet schuldig te voelen dat hij of zij iemand zou kunnen besmetten (de andere Buitengaanders hebben voor zichzelf immers het risico op besmetting aanvaard).

De wezenlijke bijdrage van de Buitengaanders: zij houden de samenleving op gang en organiseren de solidariteit met de Binnenblijvers. Bovendien versnellen ze het opbouwen van groepsimmuniteit. (Dat neemt niet weg dat er tijdelijke afspraken gemaakt kunnen worden over het contact tussen Buitengaanders, bv. over afstand houden of mondmaskers dragen.)

Het is van groot belang dat zowel de Buitengaanders als de Binnenblijvers zich bewust zijn van (en respect tonen voor) de wezenlijke bijdrage die de andere groep aan de samenleving levert. Op dit vlak hebben de overheid én de media een uiterst belangrijke rol van “positieve communicatie en pr” te vervullen.

(10) De overheid beslist wanneer de periode van Flexibele lockup begint en eindigt.

Tot daar, in grote lijnen, het concept van Flexibele lockup. Vanzelfsprekend kunnen ook allerlei bijkomende afspraken gemaakt worden. Zo zouden de Binnenblijvers (behalve de coronazieken) op bepaalde momenten van de dag een wandeling of een sportactiviteit moeten kunnen doen (of, bijvoorbeeld,  gaan winkelen in een aparte “bubbel” van winkels). De Buitenblijvers kunnen afspraken maken over tijdelijk fysiek afstand houden of het dragen van mondmaskers (ook die afspraken kunnen lokaal verschillen: elke winkel kan bijvoorbeeld zelf aangeven wat de regels zijn, net zoals elke sportclub en elke schooldirectie).

Organisatorische aanvullingen

Tot slot volgen enkele korte aanvullingen van organisatorische aard.

Waarom werken met buurtcomités?

Waarom ligt de organisatie bij voorkeur in handen van (in hoge mate autonome) buurtcomités en niet van bijvoorbeeld de gemeenten en steden? Het antwoord op die vraag is dubbel.

Ten eerste hebben alle openbare besturen de neiging om algemene oplossingen te bedenken en die in een nogal strak regelgevend kader in te passen, dat (tot het opnieuw bijgestuurd wordt) weinig aanpassingen aan individuele situaties toelaat. Flexibele lockup kan maar ten volle werken als het fluïde is, dus wanneer er als het ware permanent en zonder administratieve of bureaucratische ballast ingespeeld kan worden op nieuwe situaties, persoonlijke behoeften, lokale gegevenheden. Hoe sneller en flexibeler een buurtcomité kan inspelen op de behoeften van de buurt en de buurtbewoners, hoe beter de Binnenblijvers geholpen kunnen worden. Zo kan binnen elke gemeente een lappendeken van buurtcomités ontstaan. Zij kunnen vanzelfsprekend onderling samenwerken en alle buurtcomités zullen nauw met de overheid samenwerken. De buurtcomités en de overheid zullen elkaar inspireren en van elkaar leren. Zo kan een netwerk van samenwerkende eenheden ontstaan.

De tweede reden heeft te maken met het wezen van solidariteit. Solidariteit werkt het best wanneer ze vrijwillig en vrij van obstakels is.

Wel vervullen de lokale overheden een cruciale faciliterende, ondersteunende rol in de samenwerking met de buurtcomités. Ook kan een vorm van controle (bij voorkeur achteraf, niet vooraf) ingebouwd worden, zodat de overheid kan ingrijpen wanneer een buurtcomité er om welke reden ook niet in slaagt, zijn opdracht naar behoren te vervullen.

Hoe werken de buurtcomités?

Flexibele lockup vereist dus een nauwe samenwerking tussen de buurtcomités, enerzijds, en de lokale, provinciale, regionale en federale overheden, anderzijds. De federale overheid bepaalt het algemene kader (bv. duur van de Flexibele lockup; algemene steunmaatregelen voor Binnenblijvers) en legt de financiering van de buurtcomités vast (bv. een vast bedrag per dag en per Binnenblijver; of, nog beter: financiering in functie van de reële behoeften van elk buurtcomité). De buurtcomités geven de lokale overheden volledige inzage in alle aspecten van hun werking (maximale transparantie), maar delen gevoelige informatie niet met anderen.

In het ideale geval stel ik me voor dat elk buurtcomité autonoom beslist. Wel kan de overheid vooraf vastleggen in welke gevallen de gemeente kan ingrijpen in de werking van een buurtcomité. Flexibele lockup gaat dus uit van lokale autonomie en vertrouwen (niet van beslissingen van bovenaf en controle).

Om zo flexibel mogelijk te kunnen werken, gaat het best om nieuwe, ad hoc gevormde buurtcomités. Zo wordt vermeden dat vastgeroeste structuren of mogelijke conflicten van bestaande buurtorganisaties de werking bemoeilijken. Het lijkt raadzaam dat de gemeente aan elk buurtcomité een ambtenaar toewijst, die nauw bij de werking betrokken wordt en die het comité in de gemeente vertegenwoordigt.

Voor buurtcomités die te weinig mensen vinden om de solidariteit te organiseren, moet een oplossing gezocht worden.

Wat als mensen misbruik maken van het recht om binnen te blijven?

Sommigen zullen tegenwerpen dat mensen misbruik kunnen maken van het recht op quarantaine en de voordelen (compensaties) die daaraan verbonden zijn. Zij dienen te beseffen dat bij een algemene “lockdown” die situatie aan iederéén opgelegd wordt, met een onvergelijkbaar veel hogere totale kost voor de samenleving als gevolg. Flexibele lockup is geen ideale oplossing, maar een algemene lockdown is dat nog veel minder.

Welke vormen van controle en welke sancties zijn nodig?

Het korte antwoord op deze vraag is: controle en sancties of boetes zijn bij Flexibele lockup niet (of nauwelijks) nodig, op voorwaarde dat de overheid voldoende vertrouwen schenkt aan de bevolking en aan de buurtcomités en dat de buurtcomités het principe van transparantie huldigen. Wel heeft de overheid een belangrijke sensibiliseringsopdracht te vervullen. Ook de taken van politie en controlerende ambtenaren veranderen bij Flexibele lockup : geen controles en bestraffing van overtreders, maar hulp en ondersteuning bieden waar nodig.

Wat als mensen die onder één dak wonen, verschillende keuzes maken?

Er is een praktische moeilijkheid waarvoor ik zelf nog geen afdoende oplossing gevonden heb: wat als een gezin of een gemeenschap die onder één dak leeft, het niet eens kan worden over de beslissing om binnen te blijven of buiten te gaan (ervan uitgaande dat het gezin in kwestie geen aparte quarantaineruimte voor een of enkele leden kan voorzien)? Een mogelijkheid is misschien dat de gemeente tijdelijke opvang voor Binnenblijvers (of Buitengaanders) organiseert.

Wanneer beginnen?

Flexibele lockup kan op elk moment ingaan (bijvoorbeeld nu meteen, als alternatief voor de lockdown die nu geleidelijk afgebouwd wordt). Maar ook als er zich in het najaar een tweede golf van covid-19-epidemie zou voordoen. Of bij mogelijke toekomstige epidemieën.

Vertrouwen en solidariteit

De voorbije maanden is bij velen het besef gegroeid dat we met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten. Ieder van ons kan morgen ziek worden. Ieder van ons kan plotseling tot een risicogroep behoren. Ieder van ons kan straks aangewezen zijn op de hulp en solidariteit van anderen. We moeten af van de idee dat je de samenleving tot “last” zou zijn als je vandaag werkloos bent of een andere uitkering krijgt, of als je thuis in quarantaine zit. Elk samenlevingsverband moet een manier vinden om te zorgen voor mensen die het moeilijk hebben. De corona-epidemie dwingt ons om op zoek te gaan naar nieuwe oplossingen, met nieuwe vormen van solidariteit, burgerschap en ondernemingszin. Gelukkig zit solidariteit diep onze genen (en in onze geschiedenis) ingebakken.

De twee belangrijkste voorwaarden om Flexibele lockup te doen slagen, zijn: (1) dat de overheid bereid is om de organisatie van de buurtsolidariteit grotendeels aan de buurtcomités over te laten en (2) dat we met genoeg zijn om te geloven dat de operatie zal slagen. Het gaat dus bijna letterlijk om een self-fulfilling prophecy, met als ingrediënten: inventieve collectieve daadkracht, verantwoordelijkheid en burgerzin, solidariteit, flexibiliteit, lokale verankering, een hechte samenwerking tussen de bevolking en de overheid. Als we op een andere, menswaardiger manier willen samenleven, zullen we meer actief moeten ondernemen en beslissen en minder passief ondergaan.

De hier voorgestelde oplossing gaat uit van vertrouwen en solidariteit en een zo groot mogelijk respect voor ieders persoonlijke beslissing. Ook in het geval van een tweede of een derde COVID-19-golf (of van toekomstige andere epidemieën) kan Flexibele lockup een aanvaardbaar evenwicht bewerkstelligen tussen zorg voor de kwetsbaren en behoud van welvaart. Dat is iets waar we vandaag mijlenver van verwijderd zijn.

dinsdag 1 januari 2019

Hoop en voornemens voor 2019


Aan de hand van enkele eigen notities en (vooral) citaten uit boeken die me de voorbije maanden inspireerden, wil ik mijn hoop en voornemens voor 2019 uitdrukken. Omdat sociale media voor mij in de eerste plaats sociale media zijn, bewaar ik persoonlijke voornemens en wensen voor andere gelegenheden; behalve dan de hoop dat een of ander citaat u mag aanzetten tot lectuur van een van de vermelde werken, want ik vond ze zonder uitzondering de moeite waard.

hoop: hervorming van onderaf

De publieke ruimte brokkelt af, staat mogelijk op instorten. Laten wij, burgers en inwoners van Europa, onze oppervlakkige en vaak kunstmatig gevoede tegenstellingen overstijgen en een burgersgilde vormen om de publieke ruimte te stutten en herop te bouwen. Daarna kunnen we ze opnieuw vullen met maatschappelijk geschal. 

(eigen notitie)

…want ik ben van mening dat het ieders plicht is om in deze geordende staat als het ware kleine eilandjes van wanorde te stichten, zij het ook stiekem.

(dr. H. in ‘De belofte’ van Friedrich Dürrenmatt)

Elke vrijheid moet hardnekkig verdedigd worden om niet verloren te gaan.
 
(Pjotr Kropotkin, Memoires van een revolutionair)

In de periode daarna heerste er een angst die groter was dan elke andere: de angst voor de heerschappij van de geest in de hoofden van de eigen onderdanen. Door dit gevoel worden alle vorsten, ook al zijn ze met elkaar in oorlog, stille bondgenoten.
 
(Hermann Grimm in „Das Leben Michelangelos”, 1868; origineel: „Es herrschte in den folgenden Zeiten eine Furcht, die größer war als jede andere: die vor der Gewalt des Geistes in den Köpfen der eigenen Untertanen. Durch dies Gefühl werden alle Fürsten, auch wenn sie gegeneinander im Kriege liegen, zu stillen Verbündeten gemacht.“

… the ‘political atmosphere’ is, after all, only the atmosphere around a certain thin state of professional politicians and suspicious journalists, and (…) underneath it, the great fundamental forces of the nations and the classes grow and change, quite unaffected by all this prattling of bitter little men.
 
(de jonge George Kennan in ‘The Kennan Diaries’, 1927)

voornemen (en hoop): een scherper bewustzijn ontwikkelen (en zien ontstaan)

In Europa denken mensen dat ze in vrijheid leven, maar dat is een illusie. Het is fake, het is een namaakversie van vrijheid. De meeste mensen geven hun rechten op en geloven vervolgens dat ze vrij zijn. Als je er niet voor strijdt, heb je geen vrijheid. Europeanen zitten al decennialang gevangen in hun comfort, in hun luxe.
 
(Ai Weiwei in een opiniestuk in De Standaard)

 “Het zijn drie machten, steeds, die de wereld regeren: geld, geest en gezag. Ze staan als vijanden tegenover elkaar. Maar als hun invloed op de lotgevallen van een volk zo is, dat geen ervan de andere overvleugelt, dan komt een volk tot bloei. (…) Telkens wanneer een van deze drie titels meer waarde heeft dan de andere, stokt de vrije ontplooiing van een volk, omdat het evenwicht zoek is.” 

(Hermann Grimm in „Das Leben Michelangelos”, 1868; origineel: Es sind drei Mächte stets, welche die Welt regieren: Geld, Geist und Gewalt. Diese feinden sich an untereinander. Steht ihr Einfluss auf die Geschicke eines Volkes aber im solchen Verhältnis zueinander, dass keine die andere überbietet, dann offenbart sich die Blüte eines Volkes. [Man könnte sie auch benennen: Energie, Genie und Geburt oder erwerbende Kraft, Wissenschaft und Adel: es sind immer die drei Zeichen, durch die das Schicksal Menschen erhöht, indem es sie reich macht, ihnen überragende Seelenkräfte oder eine erhabene Stellung durch die Geburt verleiht.] Immer, wo einer dieser drei Titel mehr gilt als der andere, krankt die freie Entfaltung eines Volkes, weil sie den richtigen Schwerpunkt verloren hat.“)

Goed vijftig jaar later nam Oswald Spengler – Grimm indachtig? – de maat van het Avondland anno 1920 : “Der Geist denkt, das Geld lenkt.” De geest wikt, het geld beschikt.

(eigen notitie + O. Spengler in Untergang des Abendlandes)

Ter illustratie van de actuele waarde van Grimms inzicht. Met de volgende woorden begon het vrt-radionieuws op 30 december 2017 om 13 uur: In Iran komen al voor de derde dag op rij mensen op straat om te betogen tegen het regime. En de kortingen bij de wintersolden, volgende week, zullen meteen de moeite waard zijn.

(eigen notitie)

hoop (en voornemen): meer begrip vanwege (en voor) de anders denkende andere

Each of the persons I encountered and write about in these pages believed they were acting appropriately, but, taken together, their acts produced misfortune on a continental scale. Is this not the stuff of authentic tragedy?
 
(Yanis Varoufakis in ‘Adults in the Room’, ontluisterende getuigenis van zijn strijd als Grieks minister van Financiën met het Europees en internationaal financieel establishment)

In the present state of the world, I am inclined to regard any sort of idealism, be it ever so beclouded with bitterness and hate and bad leadership, as a refreshing phenomenon. 

(George Kennan, 1927, dagboeknotitie nadat hij een communistische demonstratie in Hamburg meemaakte, in: The Kennan Diaries)

Dat was de laatste keer dat ik zelf nadacht. Daarna heb ik me achter mijn partij geschaard, zonder zelf nog scherpzinnig te zijn.
 
(Francesco Piccolo – Het verlangen te zijn als alle anderen; wat een titel!)

Het verstand streeft er niet naar zich te bevrijden, maar zich te onderwerpen.
 
(N.G. Dàvila)

Het stemde makkelijker als je niet twijfelde, daarom had hij zichzelf wijsgemaakt dat hij niet twijfelde.

(Vasili Grossman – Alles stroomt; Nikolaj Andrejevitsj stemde bij een bijeenkomst van de Communistische Partij voor de executie van Boecharin, ook al wist hij in zijn hart dat die onschuldig was. Maar ‘twijfelen aan de schuld van Boecharin, weigeren te stemmen – dat betekende twijfelen aan de machtige staat met zijn hoge doelstellingen.’)

En dan was er nog de bijzonder laaghartige angst geweest om kuit te moeten eten in plaats van kaviaar. (…) Ja, ja, zijn ideologische kracht was gevoed door angst voor zijn hachje en angst om zonder kaviaar te zitten

(Vasili Grossman – Alles stroomt; dezelfde Nikolaj Andrejevitsj denkt na over zijn instemming met de executie van Boecharin.)

Dus kiest ook Claire misschien de minder vermoeiende weg, de weg die ervoor zorgt dat de oppervlakkigheid de overhand krijgt.

(Francesco Piccolo – Het verlangen te zijn als alle anderen)

Het klinkt als een schietgebed, het oorspronkelijk Indiaanse motto dat mij bij mijn werk altijd heeft geholpen: ‘Grote geest Manitu, geef dat ik mijn buurman niet terechtwijs voordat ik een mij in zijn mocassins heb gelopen!’. Met andere woorden: voordat ik serieus heb geprobeerd me te verplaatsen in zijn leven van alledag, in zijn werkelijkheid.”

               (Gabriele Krone-Schmalz in ‘Rusland begrijpen‘)

hoop: groeiend inzicht in het wereldgebeuren

Op de hoogste top ter wereld kan elke zinsbegoocheling realiteit worden.

(Keizer Julianus in ‘Julianus, de afvallige’ van Gore Vidal)

De vooropstelling van de mode tegenover de zeden als een kenmerk van de moderniteit

(Peter Sloterdijk in ‘Die schrecklichen Kinder der Neuzeit’; origineel: „Die Überordnung der Mode über die Sitten als ein Merkmal modernisierter Verhältnisse“; met mode bedoelt Sloterdijk ‘de nabootsing van het gelijktijdige’, met zede ‘de nabootsing van voorouders’.)

In de internationale politiek gaat het nooit om democratie of mensenrechten. Het gaat om de belangen van staten. Onthoud dat goed, wat men je voorts ook in de lessen geschiedenis mag vertellen.

(Egon Bahr)

De vrijheid van de pers is de vrijheid van 200 rijke mensen, hun mening te publiceren.

(Citaat van Paul Sethe, aangehaald door Peter Scholl-Latour in ‘Russland im Zangengriff’ (2007). Scholl-Latour vervolgt: “Ik neem aan dat dit aantal intussen gevoelig lager ligt.”)

De historicus heeft zowel de telescoop nodig als de microscoop. 

(H. L. Wesseling)

De bestrijding van het terrorisme (…) leidt onvermijdelijk tot (…) ondraaglijke misdrijven tegen de menselijke waardigheid.

(Peter Scholl-Latour in ‘Onbegrensde oorlog’ (2002); 17 jaar geleden geschreven, ook nu hoogst actueel)

…het paradoxale naast-elkaar-bestaan van wereldwijde imperialistische aanspraken en een provinciaal aandoende veiligheidswaan. 

(Peter Scholl-Latour in ‘Onbegrensde oorlog’ (2002))

Er moesten concentratiekampen worden verzonnen. 

(Peter Scholl-Latour over Kosovo-Servië, in ‘Onbegrensde oorlog’. Jawel, dat staat er.)

Met minachting van de Haagse conventie over oorlogsrecht beval Saddam Hoessein de massale inzet van gifwapens. Duizenden gifgasgranaten kwamen neer op de Revolutionaire Wachters [van Iran]. In dikke wolken breidde de chemische dood zich uit over de moerassen. De volgelingen van Khomeini, die geen gasmaskers hadden, en evenmin beschermende kleding, stikten in de moordende nevels, hun huid werd aangetast, ze werden blind. Deze barbaarse oorlogvoering werd jaren aangehouden. Tienduizenden zijn op gruwelijke wijze besmet geraakt. In het westen verhief zich niet één proteststem. Geen mensenrechtenorganisatie of vredesbeweging nam het woord om deze flagrante minachting van het elementairste volkenrecht aan de kaak te stellen (…). Het kwam niet tot een verontwaardigd debat bij de VN – het ging er immers om met alle middelen te verhinderen dat de invloed van de sjiitische Godsstaat zich uitbreidde over Mesopotamië.” 

(Peter Scholl-Latour over de Iran-Irak-oorlog in ‘Onbegrensde Oorlog’)

Zouden de strategen van het Pentagon ooit ontdekken dat de joodse staat – in plaats van een solide en strategisch bastion van de VS in de Oriënt – de achillespees van Amerika dreigt te worden? Wie aan de Potomac vermag de waarschuwende weeklacht van de profeet Zacharia te verstaan, die namens zijn Heer verkondigde: “Zie, ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volkeren in het rond. (…) Te dien dage zal ik Jeruzalem maken tot een steen die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. 

(Peter Scholl-Latout in ‘Onbegrensde oorlog’)

It is difficult to get a man to understand something when his salary depends upon his not understanding it. 

(Upton Sinclair, geciteerd door J. Varoufakis in ‘Adults in the Room’)

Zoals alles wat er in het land gebeurde, was ook deze spontane verontwaardiging over de bloedige misdaden van de joden van tevoren bedacht en gepland.

(Vassili Grossman – Alles stroomt)

hoopvol voornemen: kracht en moed opbrengen om aanvaarde waarheden af te vallen

Elke mens heeft vanaf de geboorte een onaanvechtbare aanspraak om tegenover de meerderheid – hoe groot ook – ‘ongelijk’ te hebben.

(Peter Sloterdijk in ‘Die schrecklichen Kinder der Neuzeit’; het origineel is iets langer: “Umbeseelung ist die erste Politik. Nach ihr hat jeder Mensch von Geburt an einen unanfechtbaren Anspruch darauf, gegenüber der noch so großen Mehrheit seiner eigenen Angehörigen ‚im Unrecht‘ zu sein.“)

For outside of a certain fundamentally Anglo-Saxon tradition with some new world modifications, what is there in America capable of forming a lasting ideological basis for a great nation?

(George Kennan, 1930; daarom vond Kennan dat de VS de band met Groot-Brittannië niet mocht doorknippen.)

Ze weten dat ze liegen, het publiek weet dat ze liegen, ze weten dat het publiek het weet; en toch duurt het applaus minutenlang.

(naar Svetlana Aleksijevitsj, Het einde van de Rode Mens: observatie van een deelnemer aan een partijbijeenkomst, na de toespraak van een communistische bons.)

A willing suspension of disbelief

(Genoteerd zonder bronvermelding. Een bewust opschorten van ongeloof: zou ons begrip van de wereld daar niet bij gebaat zijn?)

Niet tot de insiders willen behoren. Ondanks alles een outsider willen zijn. 

               (eigen notitie)

Niet weten verkiezen boven valse zekerheden. Grote waarheden uit de weg gaan. 

               (eigen notitie)

De patriot bleek een grote minachting te koesteren voor zijn medeburgers. 

(Toergenjev in ‘Adelsnest’; recent heruitgebracht onder de titel ’Lisa’)

hoop en voornemen: handelen (en durven handelen) naar voortschrijdend inzicht

Elk comfort heeft zijn prijs.

(Ernst Jünger – Der Waldgänger; „Jeder Komfort muss bezahlt werden.“)

[I]nderdaad zaten zowel Diderot als Voltaire in het hoofd van zijn zoon, en niet alleen zij: ook Rousseau, Raynal en Helvetius en vele andere soortgelijke schrijvers zaten in zijn hoofd, maar dan ook alleen in zijn hoofd. De gewezen leermeester van Ivan Petrovitsj, de gepensioneerde abt en encyclopedist, had zich ertoe beperkt alle wijsheid van de achttiende eeuw in zijn pupil uit te gieten, en hiervan vervuld liep deze dan ook rond. Het zat in hem zonder zich met zijn bloed vermengd te hebben, zonder doorgedrongen te zijn in zijn ziel, zonder zich als een hechte overtuiging te manifesteren. 

(Toergenjev over Ivan Petrovitsj Lavretski in ‘Adelsnest’; in ons taalgebied onlangs heruitgebracht onder de titel ‘Lisa’)

“We moeten terugvechten. Wat er met ons persoonlijk gebeurt, doet er niet toe, maar wat er met de beschaving gebeurt is van het allergrootste belang.”

(Libanius in een brief aan Priscus, in ‘Julianus, de Afvallige’ van Gore Vidal)

Het westen kan de wereld nog slechts op één manier veroveren: door haar voor zich in te nemen. 

(eigen notitie)

Een burgerfront is dringend nodig! 

(eigen notitie)

There are times in politics when you must be on the right side and lose. 

(John Kenneth Galbraith, geciteerd door J. Varoufakis in ‘Adults in the Room’)

Het is een moreelhistorische verplichting, wij zijn het onze kinderen schuldig, dat onze politieke besluiten gebaseerd zijn op het behoud van de vrede en nooit op partijpolitieke profilering en/of hardnekkige clichés. Het gaat erom die te ontmaskeren, al gaat het in tegen alles wat op dat moment als politiek correct geldt. Hieraan kan iedereen zijn bijdrage leveren. Het is bij uitstek in het belang van de EU om Rusland als partner te hebben. Wie deze kans verspeelt, riskeert dat Europa in de machtsstrijd tussen toekomstige grootmachten verscheurd wordt.

             (Gabriele Krone-Schmalz in ‘Rusland begrijpen’)


Tot slot, een voornemen: wat meer zelfrelativering en lichtvoetigheid opbrengen, ook over zwaarwichtige dingen

-        L. :         ‘Waarom luisteren de mensen niet meer als ik begin te spreken? (…)
-        Vriend:  ‘Je bent te zwaarwichtig.’
-        L. :         ‘Men kan een zaak van gewicht nooit te zwaar opnemen.’
-        Vriend:   ‘Kennelijk denkt men er in Antiochië anders over’

             (Libanius in gesprek met een vriend in ‘Julianus, de Afvallige’ van Gore Vidal)

Alleen als we goed beseffen dat wat we geloven verkeerd zou kunnen zijn, kunnen we ons ervan bevrijden en meer leren. 

(Carlo Rovelli in ‘De werkelijkheid is niet wat ze lijkt’)

Life is too full in these times to be comprehensible.

(George Kennan in 1927; als dat in 1927 al zo leek, wat zou het dan nu anders zijn?)